NK Veldhoven 10 januari 2015

Wielrennen is mijn sport, ik vind het heerlijk om me zelf af te beulen op de fiets. Koersen, dat is waar ik het voor doe, wedstrijden fietsen. Het liefst heb ik zware rondjes, daar waar de sterkste boven komen drijven.
Daarom ook dat ik van het veldrijden houd, nog leuker dan de wegritten. In de cross wint vaak de sterkste, zonder de slimste te moeten zijn, of meer geluk dan de ander te moeten hebben. Pure kracht en conditie is daar meester.

Geschreven door Edwin Raats.

Wielrennen is mijn sport, ik vind het heerlijk om me zelf af te beulen op de fiets. Koersen, dat is waar ik het voor doe, wedstrijden fietsen. Het liefst heb ik zware rondjes, daar waar de sterkste boven komen drijven.
Daarom ook dat ik van het veldrijden houd, nog leuker dan de wegritten. In de cross wint vaak de sterkste, zonder de slimste te moeten zijn, of meer geluk dan de ander te moeten hebben. Pure kracht en conditie is daar meester.

Ik houd van deze sport, van elke koers weer. Overal wil ik winnen, en als ik dan eenmaal de beste ben, win ik liever met 2 minuten voorsprong, dan met 1. Vol gas door de bossen, blubber of weilanden. Daarbij hebben we met ons team nog eens geweldig mooi stel mannen bij elkaar die elke weekend weer het beste van hun zelf willen geven.

Ergens in februari is het gedaan met het crossen, daarna nemen we 2 weekjes rust, om dan via een wegprogramma ons weer klaar te stomen voor het volgende crossseizoen welke weer begint in begin september.
Van het moment dat de maïs weer zichtbaar wordt op de weilanden worden we weer nerveus, het aftellen naar het nieuwe seizoen is nu echt begonnen, elke training of wegrit staat nu weer vol in teken van het nieuwe crossjaar.
Ongelofelijk blij zijn we als we in het eerste weekend van september weer naar Belgie kunnen afreizen om daar de eerste crossen te kunnen betwisten. Net als een kudde koeien die spingend het nieuwe gras weer kunnen betreden in het voorjaar, zo lopen wij te springen als de eerste tekenen van herfst zich aandienen. Niemand vind het leuk als de zomer weer op zijn eind loopt. Behalve de crossers, wij leven hiervoor.

Ik vind alle crossen leuk. Het mooiste vind ik die dwars door de bossen, of over modderige weilanden in de volle blub. De bevroren ijsrondjes vind ik een stuk minder leuk, daar kan ik mijn krachten niet botvieren. Maar hoe dan ook, in elke cross wil ik mijn best doen, en overal wil ik proberen te winnen, teveel indelen in een seizoen is dan ook niet makkelijk, want voordat je het weet is het alweer februari.
En toch… als een leidraad door het seizoen lopen de kampioenschappen. Het is net als een ontstoken vinger, je weet dat hij er is, je voelt hem ook kloppen, maar je wilt er ook weer niet te veel aandacht aan besteden, het rest van het seizoen is te mooi om dit puur in dienst van te doen.

Dan komen de feestdagen eraan. Voor elk normaal mens leuke dagen, maar voor een crosser zijn het vooral spannende dagen, want nu komen de kampioenschappen toch wel ineens heel dichtbij. Niet ziek worden, nog wat extra trainen, een paar koersjes extra rijden, en vooral niet ziek worden. Veel groter dan dat is het wereldje op dat moment niet.

Het is de kunst om vanaf september zo vaak als mogelijk goed te zijn, om zo veel mogelijk koersen te winnen. Maar ook om nog beter te worden als die kampioenschappen in beeld komen.
Dit alles was mij nu goed gelukt. In de nwb-competitie was ik nog ongeslagen, won een hele mooie race in Belgie en nog voor het nieuwe kalenderjaar begon won ik 2 wedstrijden op nationaal niveau tegen alle renners die ook op het NK mijn tegenstanders zouden zijn. De vorm was goed, en komt nu op zijn best, laat de kampioenschaapen maar komen, ik ben er klaar voor.

Echter dan kwam voor mij de kink in de kabel. In de nacht van oud en nieuw had ik een virus te pakken, en het was geen wielermindedvirus, maar een die me er juist van af hield.
Op 1 januari zou ik vertrekken naar Zwitserland, om daar de Wereldkampioenschaapen te betwisten op een rondje welke voor mij gemaakt leek te zijn. Al 3 keer eerder wist ik Wereldkampioen te worden, nu bleef ik aan bed gekluisterd. Ziek, griep, koorts.
Ook de rest van de week die er op volgde lag ik veel in bed en was ik niet op de fiets te vinden. Het zou spannend worden of ik nog op tijd fit zou geraken om aan het Nederlands Kampioenschap mee te kunnen gaan doen de eerste zaterdag hierna.
De laatste dagen voor deze titelstrijd voelde ik me minder ziek, kon zelfs een keer gaan fietsen, maar de voorbereidingen zoals ik ze graag heb waren om zeep.

Met grote twijfels stond ik eerder vandaag dan toch maar aan de start, op een volgens vele “rondje voor Raats” te Veldhoven. Door de vele modder was het erg zwaar. Schitterend.

Met het behalen van de 3e plek kreeg ik veel felicitaties. Ik had hard moeten knokken voor deze bronzen plak en er waren simpelweg 2 renners beter vandaag.
Een veel gehoorde vraag nadien was of ik tevreden was met deze uitslag.
Tja… wat daarop te zeggen. Na de week voordien is dit geen slecht resultaat. als ik dan weer kijk naar mijn vorm voor mijn griepje had dit beter gekund.
Daarbij hang je niet snel de slingers buiten als je al 444 wedstrijden hebt gewonnen met daarbij 5 Nederlandse en 3 Wereldtitels voor een bronzen medaille.

De vraag blijft als een hamer door mijn hoofd bonzen: “Ben je tevreden?”.
Sport is emotie. Nee, ik ben vandaag niet tevreden, morgen misschien wel, vraag het me dan nog maar eens.

Brons op NK

NK Weekend in Surhuisterveen Afgelopen weekend stond in het teken van het Nederlands Kampioenschap in

Lees verder...